Werkneemsters die borstvoeding geven, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op borstvoedingspauzes tijdens de werkdag. Nieuw sinds mei 2025 is dat het bewijs van borstvoeding nu ook kan geleverd worden via een attest van een erkende vroedvrouw.
In dit artikel lees je wat de voorwaarden zijn, hoe de aanvraagprocedure verloopt en welke bescherming van toepassing is.
Een borstvoedingspauze is een wettelijk recht voor werkneemsters met een arbeidsovereenkomst, waarmee ze hun werk tijdelijk mogen onderbreken om hun kind te voeden of om melk af te kolven. Deze regeling is van toepassing in de privésector, onder het toepassingsgebied van de wet van 5 december 1968 over collectieve arbeidsovereenkomsten en paritaire comités.
De pauzes worden niet door de werkgever betaald, maar vergoed via het ziekenfonds. De uitkering bedraagt 82% van het brutobedrag van het loonverlies.
Eén pauze van 30 minuten bij een werkdag van minstens 4 uur
Twee pauzes van elk 30 minuten bij een werkdag van minstens 7,5 uur
De pauzes mogen aansluitend of gespreid worden opgenomen en tellen mee als arbeidstijd. De werkneemster en werkgever maken onderling afspraken over het tijdstip van de pauzes. Bij gebrek aan akkoord worden de pauzes onmiddellijk vóór of na de rusttijden uit het arbeidsreglement genomen.
Borstvoedingspauzes kunnen tot maximaal 9 maanden na de geboorte worden opgenomen.
De werkneemster moet haar werkgever ten minste twee maanden op voorhand op de hoogte brengen van haar wens om borstvoedingspauzes op te nemen. Deze termijn kan in onderling overleg worden ingekort.
De kennisgeving gebeurt:
via aangetekend schrijven, of
door overhandiging van een document waarvan de werkgever een ontvangstbewijs ondertekent.
Bij de start van de periode waarin de pauzes worden opgenomen, moet de werkneemster een bewijs voorleggen. Dit kan voortaan op drie manieren:
Een attest van een consultatiebureau voor zuigelingen (bv. Kind en Gezin / ONE)
Een medisch attest
Nieuw: Een attest van een erkende vroedvrouw
Elke maand moet het bewijs opnieuw ingediend worden, op de dag waarop de borstvoedingspauzes starten.
Zowel de werkgever als de werkneemster vullen elke maand een getuigschrift in voor het ziekenfonds. Dit vermeldt onder andere het loonverlies door de pauzes. De werkneemster dient het formulier zelf in bij haar ziekenfonds om de uitkering te verkrijgen.
Een werkneemster die borstvoedingspauzes opneemt, geniet ontslagbescherming:
De bescherming begint vanaf de schriftelijke verwittiging aan de werkgever
Ze eindigt één maand na de dag waarop het laatste attest of bewijs is verstreken
Ontslag is enkel mogelijk om redenen die geen verband houden met borstvoeding of het afkolven van melk. Indien de werkneemster dit vraagt, moet de werkgever die reden kunnen bewijzen én schriftelijk meedelen.
Als blijkt dat het ontslag toch verband houdt met de borstvoedingspauzes, of als er geen geldige reden is, moet de werkgever een forfaitaire vergoeding van zes maanden brutoloon betalen, bovenop de gebruikelijke verbrekingsvergoeding.
Let op: deze vergoeding kan niet gecumuleerd worden met andere beschermingsvergoedingen, zoals die voor zwangerschapsontslag.
CAO nr. 80 van 27 november 2001
CAO nr. 80 bis van 13 oktober 2010
CAO nr. 80/3 van 27 mei 2025 (laatste wijziging: invoering attest vroedvrouw)